ECLI:NL:CRVB:2017:3901
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en niet betalen griffierecht
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een zaak betreffende het socialezekerheidsrecht.
Het verzet werd ingediend na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het niet betalen van het griffierecht. De Raad stelde vast dat het verzetschrift geen inhoudelijke gronden bevatte en dat binnen de gestelde termijn van vier weken geen aanvullende gronden waren ingediend.
Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen of die konden leiden tot het oordeel dat het verzuim niet aan appellant of diens gemachtigde kon worden toegerekend. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan en het proces-verbaal werd opgemaakt door de griffier.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet betalen van het griffierecht.