Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:3901

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
10 november 2017
Zaaknummer
16/3241 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en niet betalen griffierecht

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een zaak betreffende het socialezekerheidsrecht.

Het verzet werd ingediend na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het niet betalen van het griffierecht. De Raad stelde vast dat het verzetschrift geen inhoudelijke gronden bevatte en dat binnen de gestelde termijn van vier weken geen aanvullende gronden waren ingediend.

Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen of die konden leiden tot het oordeel dat het verzuim niet aan appellant of diens gemachtigde kon worden toegerekend. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard.

De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan en het proces-verbaal werd opgemaakt door de griffier.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 oktober 2017
16/3241 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2016, 15/5794 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 29 november 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
De Raad stelt vast dat het verzetschrift geen gronden bevat. Binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 17 februari 2017 gestelde termijn van vier weken zijn geen gronden van het verzet ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit verzuim niet aan (de gemachtigde van) appellant kan worden verweten, is niet gebleken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

KS