Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:3906

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
10 november 2017
Zaaknummer
16/8005 AOW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in AOW-zaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. In het verzet gaf appellante aan dat zij het griffierecht per aangetekende brief contant had betaald en bood zij aan het bedrag alsnog te voldoen, met het verzoek om een nieuwe acceptgiro.

De Raad oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat zij niet in verzuim was geweest met de betaling. Er was geen brief ontvangen waarin het griffierecht was ingesloten, en appellante had het aangetekende verzendbewijs niet met bewijsstukken onderbouwd.

De Raad stelde vast dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om appellante een nieuwe termijn voor betaling te gunnen. Er was geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. Het verzet werd derhalve ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 oktober 2017
16/8005 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2016, 15/3771 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 21 juli 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellante aangegeven dat zij het griffierecht per aangetekende brief contant heeft betaald. Zij is bereid het griffierecht nogmaals te betalen en heeft verzocht om toezending van een nieuwe acceptgiro.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Een brief van appellante waarbij het bedrag van het griffierecht zou zijn ingesloten, is bij de Raad niet ontvangen. Appellante heeft de aangetekende verzending niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellante een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

HD

DECISION

Le Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale)
statue:
Déclare l’opposition non fondée.
Par conséquent, décidée par H.C.P. Venema en présence de N.L. Kuipers en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 octobre 2017.