ECLI:NL:CRVB:2017:3906
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in AOW-zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. In het verzet gaf appellante aan dat zij het griffierecht per aangetekende brief contant had betaald en bood zij aan het bedrag alsnog te voldoen, met het verzoek om een nieuwe acceptgiro.
De Raad oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat zij niet in verzuim was geweest met de betaling. Er was geen brief ontvangen waarin het griffierecht was ingesloten, en appellante had het aangetekende verzendbewijs niet met bewijsstukken onderbouwd.
De Raad stelde vast dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om appellante een nieuwe termijn voor betaling te gunnen. Er was geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. Het verzet werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.