Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Vervolgens heeft het Uwv bij besluit van 30 april 2015 (primaire besluit II) vastgesteld dat appellante per die datum geen recht meer heeft op ziekengeld op grond van de ZW.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was ziekgemeld en stelde recht te hebben op een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat zij niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een uitkering en dat zij met haar beperkingen nog passende functies kon vervullen, waaronder die van wikkelaar. Appellante betwistte dit en vroeg om een onafhankelijke deskundige vanwege haar psychische aandoening en vermeend gevaar voor anderen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De verzekeringsartsen waren op de hoogte van alle beperkingen en motiveerden overtuigend dat appellante geschikt is voor de functie wikkelaar.
Het verzoek om een onafhankelijke medische deskundige werd afgewezen omdat er geen aanwijzingen waren dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad oordeelde dat het herroepen van het eerdere besluit geen invloed had op de rechtmatigheid van het latere besluit. Het hoger beroep faalt en de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geen recht heeft op Ziektewetuitkering.