ECLI:NL:CRVB:2017:3916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld op medische en arbeidskundige gronden
Appellante was werkzaam als agrarisch medewerkster en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsartsen vast dat zij per 11 februari 2015 en later per 30 oktober 2015 geschikt was voor haar maatgevende arbeid en verklaarde het recht op ziekengeld beëindigd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten, waaronder een subacromiaal pijnsyndroom en fibromyalgie, onvoldoende waren meegewogen en dat zij daardoor ongeschikt was voor haar werk.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV voldoende was onderbouwd met rapporten van verzekeringsartsen en dat de door appellante ingebrachte aanvullende medische informatie geen nieuwe relevante gegevens bevatte die tot een ander oordeel konden leiden.
Daarom werden de aangevallen uitspraken van de rechtbank bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.