ECLI:NL:CRVB:2017:3919
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering bij vaststelling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante, werkzaam als keukenassistente, meldde zich ziek met schouderklachten en kreeg aanvankelijk geen recht op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar stelde het UWV bij een nieuw besluit vast dat zij volledig arbeidsongeschikt was en recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering. Appellante stelde echter dat haar arbeidsongeschiktheid ook duurzaam was, zodat zij aanspraak zou moeten maken op een IVA-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat het geschil zich concentreert op de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid. Volgens de wet is duurzaam arbeidsongeschikt wie medisch stabiel of verslechterend is en weinig kans op herstel heeft. De verzekeringsarts moet een prognose maken van de herstelkansen volgens een vastgesteld beoordelingskader.
Het UWV stelde dat de beperkingen niet duurzaam waren, mede omdat appellante vanaf maart 2016 weer arbeidsmogelijkheden had. De Raad vond echter dat het UWV deze conclusie niet voldoende concreet en deugdelijk had onderbouwd, mede omdat de beoordeling retrospectief op de situatie van april 2014 moet worden gebaseerd. Het UWV kreeg daarom de opdracht het besluit binnen zes weken te herstellen met een betere motivering.
Deze tussenuitspraak betekent dat het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank niet in stand kunnen blijven, en dat het geschil over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid nog niet definitief is beslecht.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende motivering.