ECLI:NL:CRVB:2017:3921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen van appellant voldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was.
In hoger beroep betwistte appellant de medische uitgangspunten en stelde dat de FML ondeugdelijk was. Hij verzocht om een onafhankelijk medisch onderzoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend en inzichtelijk was gemotiveerd. De verklaring van de orthopedisch chirurg Schimmel, die stelde dat appellant vanaf oktober/november 2013 geen klachten meer ondervond, werd gevolgd.
De arbeidskundige rapporten werden eveneens als voldoende gemotiveerd beoordeeld. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige, ook niet vanwege de financiële situatie van appellant. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.