ECLI:NL:CRVB:2017:3948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen roulatiebesluit rechter rechtbank Zeeland-West-Brabant
Appellant, sinds 2001 werkzaam als rechter in verschillende teams binnen de voormalige rechtbank [rechtbank a] en later de rechtbank Zeeland-West-Brabant, werd geconfronteerd met een roulatiebesluit van het bestuur. Dit besluit hield in dat appellant per 1 september 2017 zou rouleren naar een ander team, conform het Loopbaan- en roulatiebeleid van 2014, dat geen uitzonderingen voor leeftijd of overgangsregelingen kent.
Appellant voerde aan dat hij op grond van een eerdere toezegging niet meer hoefde te rouleren en dat het bestuur ten onrechte geen overgangsregeling had getroffen voor rechters van 55 jaar of ouder. Tevens stelde hij dat het bestuursbesluit geen juiste belangenafweging bevatte en dat er sprake was van verboden onderscheid naar leeftijd en schending van het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat het bestuur binnen zijn ruime beleidsvrijheid en wettelijke kaders heeft gehandeld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat de situaties van de door appellant genoemde collega’s niet vergelijkbaar waren. Het bestuursbesluit was gebaseerd op een zorgvuldige belangenafweging, waarbij rekening was gehouden met de persoonlijke wensen van appellant en de organisatiebelangen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee bevestigde de Raad de rechtmatigheid van het roulatiebesluit en de terughoudende toetsing van bestuursbesluiten omtrent organisatie-inrichting.
Uitkomst: Het beroep tegen het roulatiebesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.