ECLI:NL:CRVB:2017:395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens ontbreken verkoopgegevens bedrijf
Appellant ontving een uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor de exploitatie van zijn bedrijf, welke is beëindigd omdat hij het bedrijf niet langer exploiteerde. Op 10 februari 2014 vroeg appellant bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college gaf hem hersteltermijnen om verifieerbare bewijsstukken over de verkoop van het bedrijf te overleggen, waaronder verkoop-/ontbindingsovereenkomst en gegevens van de koper. Appellant heeft deze stukken niet overgelegd.
Het college stelde de aanvraag op 3 april 2014 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de gevraagde stukken binnen de hersteltermijn had verstrekt en dat hij het bedrijf aan zijn schoonzus had teruggegeven zonder betaling. Ook stelde hij dat het college voldoende financiële gegevens had om zijn aanvraag te beoordelen.
De Raad oordeelde dat appellant zijn stellingen niet had onderbouwd en dat het college terecht stukken mocht verlangen om inzicht te krijgen in zijn financiële situatie. De enkele omstandigheid dat het zelfstandigenloket Flevoland mogelijk over bepaalde gegevens beschikte, was onvoldoende. Ook was geen reden om gegevens die na het besluit werden verstrekt mee te wegen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet verstrekken van noodzakelijke verkoopgegevens van het bedrijf.