ECLI:NL:CRVB:2017:3950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres waar ook haar ouders woonden. Naar aanleiding van een heronderzoek stelde het college vast dat appellante onvoldoende duidelijkheid verschafte over haar financiële situatie, met name over haar uitgaven voor levensonderhoud, ondanks overlegde bankafschriften en verklaringen.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 12 mei 2014 in en vorderde de kosten van bijstand over die periode terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij voldoende informatie had verstrekt, maar de Raad concludeerde dat de verklaringen niet werden ondersteund door objectieve gegevens en dat tegenstrijdigheden bestonden over de wijze van betaling van haar bijdrage aan haar vader.
De Raad oordeelde dat hierdoor de inlichtingenverplichting was geschonden en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Ook achtte de Raad het niet relevant of de juiste bijstandsnorm was gehanteerd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.