ECLI:NL:CRVB:2017:3986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens onvoldoende bewijs
Appellante, geboren in 1944 in Nederlands-Indië, verzocht in juni 2015 om toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees dit verzoek af omdat niet voldoende was aangetoond dat appellante in de relevante oorlogsgerelateerde omstandigheden had verkeerd.
De Raad beoordeelde dat behalve de eigen verklaring van appellante geen gegevens beschikbaar waren die haar stellingen ondersteunden. De bewering dat zij door haar vader soms alleen werd gelaten en zelf voor onderdak moest zorgen, kon niet worden bevestigd en leek onwaarschijnlijk gezien haar jonge leeftijd destijds. Ook kon zij geen concrete details geven over het getuige zijn van het oppakken van haar vader.
Verder oordeelde de Raad dat verweerder geen onvoldoende onderzoek had gedaan. Het achterwege laten van onderzoek naar het relatiedossier van de jongste broer van de vader van appellante was gerechtvaardigd omdat dit geen houvast bood. Een aanvullende verklaring van een derde bevatte te veel onvolkomenheden om als bevestiging te dienen.
Gezien deze omstandigheden kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgerelateerde omstandigheden.