ECLI:NL:CRVB:2017:401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 5 mei 2008 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek op 26 maart 2013 werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, waaruit bleek dat appellante in staat was passende werkzaamheden te verrichten. Op grond hiervan trok het UWV de uitkering per 26 oktober 2013 in.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige volgde. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de FML onjuist was omdat het geen beperking voor een hoog handelingstempo bevatte en dat de medische informatie onvoldoende werd meegewogen.
De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die een uitgebreid onderzoek verrichtte en concludeerde dat de FML een juiste weergave is van de beperkingen, inclusief vermoeidheidsklachten, en dat er geen aanleiding is voor een urenbeperking. De Raad volgde het deskundigenrapport en vond de motivering overtuigend en consistent.
De medische grondslag van het besluit werd onderschreven en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 26 oktober 2013.