ECLI:NL:CRVB:2017:4121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand als geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, maar deze werd ingetrokken toen haar verblijfplaats onduidelijk werd. Na het huren van een nieuwe kamer vroeg zij bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur en waarborgsom. Het college kende deze bijstand toe als geldlening, omdat appellante verantwoordelijk werd gehouden voor het verlies van haar vorige woning en er geen noodzakelijke reden was voor het vertrek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij haar woning moest verlaten op instigatie van de verhuurder en dat zij in financiële problemen verkeerde, waardoor zij haar huur niet kon betalen. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende had aangetoond dat het vertrek buiten haar toedoen was en dat het college terecht had geoordeeld dat sprake was van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Daarom was het college bevoegd om de bijstand als geldlening te verlenen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijzondere bijstand als geldlening bevestigd.