ECLI:NL:CRVB:2017:4138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was conciërge en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten terwijl hij een WW-uitkering ontving. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd hij per 26 augustus 2014 geschikt geacht voor zijn laatst verrichte arbeid en het Uwv beëindigde zijn ZW-uitkering. Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en verzocht om een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de klachten van appellant waren betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had het dossier grondig bestudeerd, appellant onderzocht en informatie van de huisarts opgevraagd. Er waren geen aanwijzingen voor ernstige psychische problematiek of objectieve beperkingen die werkhervatting onmogelijk maakten.
Appellant leverde geen nieuwe medische informatie die het oordeel van de verzekeringsarts zou ondermijnen. Er was geen sprake van een situatie als bedoeld in het arrest Korošec die benoeming van een onafhankelijke deskundige zou rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen, de bestreden uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: De ZW-uitkering is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt afgewezen.