ECLI:NL:CRVB:2017:4176

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
16/7933 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep AOW afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet binnen de wettelijke termijn van vier weken zijn ingediend. Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting ter behandeling van het verzet zijn partijen niet verschenen.

Appellant voerde aan dat hij wegens medische omstandigheden niet in staat was om tijdig de gronden van het hoger beroep in te dienen. De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog onderzocht, maar concludeerde dat appellant deze stelling niet heeft onderbouwd met bewijsstukken. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim was.

De Raad verklaart het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers en is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2017.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van hogerberoepsgronden zonder onderbouwing van medische redenen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 december 2017
16/7933 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2016, 16/1906 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 21 april 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 oktober 2017, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 april 2017 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 6 februari 2017 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant onder meer aangevoerd dat hij wegens medische omstandigheden niet in staat was tijdig gronden in te dienen.
De Raad ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest. Appellant heeft zijn standpunt dat hij om medische redenen niet in staat was (tijdig) hogerberoepsgronden in te dienen, niet onderbouwd, evenmin heeft hij ter toelichting daarop bewijsstukken overgelegd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2017.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) N.L. Kuipers

HD