ECLI:NL:CRVB:2017:4177

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
16/6900 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen verzetschrift in hoger beroep sociale zekerheid

De Centrale Raad van Beroep heeft op 5 december 2017 uitspraak gedaan in een zaak waarin appellant verzet had ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Raad heeft vastgesteld dat het verzetschrift niet tijdig was ingediend, waardoor het verzet niet-ontvankelijk werd verklaard.

Appellant voerde als redenen voor de termijnoverschrijding onder meer late postontvangst, ziekte en taalproblemen aan. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. Er waren geen feiten of omstandigheden die een uitzondering op de termijn konden rechtvaardigen.

Daarnaast werd bepaald dat appellant het betaalde griffierecht van €124,- terugbetaald krijgt, omdat geen aanleiding was voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan en vastgelegd in een proces-verbaal.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het verzetschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 december 2017
16/6900 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2016, 15/551 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- door de griffier van de
Raad aan appellant wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 1 februari 2017 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.
Vaststaat dat het verzetschrift niet tijdig is ingediend. Appellant heeft als reden van de termijnoverschrijding aangevoerd dat hij post laat ontvangt en dat hij ziek is. Ook heeft hij moeite met de Nederlandse taal, het kost appellant moeite en tijd om iemand te vinden die hem daarbij kan helpen. De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Het betaalde griffierecht van € 124,- zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

HD