ECLI:NL:CRVB:2017:4178
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij het griffierecht niet had betaald omdat hij het nog niet nodig achtte om hoger beroep in te stellen en dat de rechtbank procedurefouten had gemaakt.
De Raad oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Bovendien had appellant zich niet binnen de betalingstermijn tot de Raad gewend om betalingsonmacht aan te tonen. De Raad benadrukte dat zonder aanhangig hoger beroep geen oordeel kan worden gegeven over de uitspraak van de rechtbank.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 december 2017.
Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.