ECLI:NL:CRVB:2017:4210
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante heeft in hoger beroep beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Vervolgens stelde appellante verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om vrijstelling van het griffierecht.
Tijdens de zitting gaf appellante aan dat zij financieel niet in staat was het griffierecht te betalen en dat zij in eerste aanleg al een beroep op betalingsonmacht had gedaan, waarvan zij dacht dat de Raad op de hoogte was. De Raad oordeelde echter dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was geweest met de betaling.
De Raad stelde vast dat appellante zich niet tijdig tot de Raad had gewend om een beroep op betalingsonmacht te doen binnen de betalingstermijn. De omstandigheden die appellante schetste, brachten niet mee dat zij zich niet tijdig had kunnen melden. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 5 december 2017.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.