ECLI:NL:CRVB:2017:4212
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij nooit een verzoek tot betaling had ontvangen, mede vanwege vakantie en mogelijke diefstal van post door een buurvrouw.
De Raad oordeelde dat de aan appellant gerichte brieven, waaronder een aangetekende brief, op het juiste adres waren verzonden en niet retour waren ontvangen. De stelling van diefstal van post was niet onderbouwd met bewijs. Het wettelijke kader biedt geen ruimte om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht toe te staan.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 december 2017.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.