ECLI:NL:CRVB:2017:4219
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald en het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.
Appellante stelde betalingsonmacht aan haar zijde, maar dit beroep werd afgewezen omdat zij niet reageerde op een brief van de Raad waarin werd gevraagd of haar inkomensverklaring nog actueel was. In het verzet gaf appellante aan dat zij wel correspondentie had gestuurd en dat het onwaarschijnlijk was dat deze was zoekgeraakt.
De Raad oordeelde echter dat appellante geen feiten of bewijsstukken had overgelegd waaruit bleek dat zij de brief had beantwoord. Volgens vaste rechtspraak komt het risico van het niet aankomen van gewone post voor rekening van de verzender. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers op 5 december 2017.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.