ECLI:NL:CRVB:2017:4220
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn indienen verzetschrift
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde eerder dat het griffierecht niet tijdig was voldaan, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het verzet werd behandeld op 24 oktober 2017, waarbij appellant aanwezig was en de Minister niet vertegenwoordigd was. De Raad stelde ambtshalve vast dat het verzetschrift te laat was ingediend: het was gedateerd op de laatste dag van de termijn, maar pas een dag later per aangetekende post verzonden en twee dagen later ontvangen.
Appellant voerde aan dat de vertraging te wijten was aan printerproblemen en beriep zich op artikel 6:9 van Pro de Awb, dat een termijnverlenging kan toestaan. De Raad oordeelde echter dat niet aan de cumulatieve voorwaarden van dit artikel was voldaan, omdat het verzetschrift niet voor afloop van de termijn ter post was bezorgd.
De technische problemen met de printer werden niet als gegronde reden gezien om het verzet alsnog ontvankelijk te verklaren. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.