ECLI:NL:CRVB:2017:4323
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake uitkeringsrecht Werkloosheidswet
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van 23 augustus 2017 inzake haar recht op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 6 december 2017.
De kern van het geschil betreft de vraag of per 1 juli 2017 recht bestond op een uitkering, mede gezien een ziekmelding van 12 juli 2013, en de betekenis van artikel 5, eerste lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren. De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit van 23 augustus 2017 naar verwachting niet onverkort zal worden gehandhaafd bij de definitieve beslissing op bezwaar.
Hoewel verzoekster spanning en frustratie ervaart door de lange duur van de procedures, is niet gebleken dat er een zodanige financiële noodsituatie is dat de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht. Het bestuur heeft toegezegd uiterlijk 27 december 2017 een beslissing op bezwaar te nemen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de beslissing op bezwaar kan worden afgewacht en geen acute financiële noodsituatie is aangetoond.