ECLI:NL:CRVB:2017:4340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks verschillende inschrijvingen
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres te Utrecht, terwijl appellant op het adres van zijn ouders stond ingeschreven. Na onderzoek van de sociale recherche concludeerde het college dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden op het uitkeringsadres, waarop de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten in hoger beroep stelden dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven concreet onderzocht had moeten worden en niet alleen de inschrijving in de basisregistratie personen bepalend kon zijn.
De Raad oordeelde dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven het hoofdverblijf bepaalt en dat het onderzoek van de sociale recherche voldoende concreet was om te concluderen dat appellant zijn hoofdverblijf bij appellante had. De motieven en financiële ondersteuning waren niet relevant voor de objectieve beoordeling van gezamenlijke huishouding.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.