ECLI:NL:CRVB:2017:4426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening AOW-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant had bij besluit van 4 mei 2010 een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting van 48% wegens ruim 24 niet-verzekerde jaren. Bezwaar en beroep daartegen werden ongegrond verklaard en het besluit werd onherroepelijk.
In 2015 verzocht appellant om herziening van het besluit, stellende dat hij recht had op een hoger pensioen als grensarbeider en bracht een uittreksel uit de basisregistratie personen in. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de aangevoerde argumenten niet nieuw waren en dat appellant onvoldoende concrete gegevens had geleverd om het besluit van 2010 onjuist te achten.
De Raad benadrukte dat bij herhaalde aanvragen op grond van artikel 4:6 Awb Pro de bestuursrechter toetst of het bestuursorgaan zich terecht en zorgvuldig op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Dit was hier het geval, waardoor het hoger beroep faalde.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het AOW-besluit wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.