Uitspraak
15 maart 2016, 15/6603 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1 oktober 2014 heeft nabetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de kinderbijslag werd herzien en de woonlandfactor niet langer werd toegepast vanaf 1 oktober 2014. Dit bezwaar werd niet tijdig ingediend, aangezien de bezwaartermijn van zes weken was verstreken zonder dat appellant een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad stelde vast dat het bezwaar pas op 9 juni 2015 werd ontvangen, terwijl de termijn op 20 mei 2015 was geëindigd. De Raad overwoog dat de Svb het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard.
Daarnaast overwoog de Raad dat de Svb het verschil in kinderbijslag over de periode van 1 januari 2013 tot 1 oktober 2014 had nagekomen op grond van een compensatieregeling tussen Nederland en Marokko. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de kinderbijslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen zonder verschoonbare reden.