ECLI:NL:CRVB:2017:86
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet verschijnen op arbeidsinschakelingsgesprek
Appellant ontvangt sinds 14 augustus 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is meerdere keren opgeroepen voor gesprekken over arbeidsinschakeling, waarop hij niet is verschenen. Twee keer meldde hij zich wegens ziekte af, maar was daarna niet telefonisch bereikbaar. Drie oproepen werden zonder bericht genegeerd. Het college heeft daarom de bijstand met 30% verlaagd voor de duur van een maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voert appellant aan dat hij vanwege medische beperkingen niet in staat was de gesprekken bij te wonen, onderbouwd met een rapport van A-REA. De Raad oordeelt echter dat de beperking betrekking heeft op arbeid en niet op het voeren van gesprekken, en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om zijn afwezigheid te rechtvaardigen.
Daarmee is sprake van verwijtbaar gedrag en was het college bevoegd de maatregel op te leggen conform de geldende verordening. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% gedurende een maand wegens niet verschijnen op arbeidsinschakelingsgesprekken wordt bevestigd.