Uitspraak
15.4774 WWB, 15/4907 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en hadden daarnaast inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) van een familielid voor huishoudelijke werkzaamheden. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand en vorderde een bedrag terug omdat de inkomsten uit het PGB niet of onvoldoende waren verrekend.
De rechtbank had de terugvordering verminderd omdat zij oordeelde dat het PGB niet als inkomen mocht worden aangemerkt indien het voor het beoogde doel werd gebruikt. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de inkomsten uit het PGB van de moeder van betrokkene 2 wel degelijk als inkomen in de zin van de WWB moeten worden beschouwd, ongeacht het gebruik van het PGB door de moeder. De eerdere beoordeling van de rechtbank was onjuist. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de terugvordering ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.