ECLI:NL:CRVB:2017:958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering invaliditeitspensioen wegens onjuiste verrekening WAO-uitkering
Appellant, voormalig beroepsmilitair, kreeg een invaliditeitspensioen toegekend wegens letsel veroorzaakt door een dienstongeval tijdens militaire dienst. Later werd hem ook een WAO-uitkering toegekend vanwege arbeidsongeschiktheid vastgesteld in 2011, gerelateerd aan zijn burgerfunctie. De minister van Defensie besloot echter tot terugvordering van een deel van het invaliditeitspensioen, omdat de WAO-uitkering volgens hem te veel was betaald en verrekend moest worden met het invaliditeitspensioen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de arbeidsongeschiktheid nog steeds terug te voeren was op de militaire dienst en dat verrekening terecht was toegepast. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders: het beleid van de minister bepaalt dat verrekening niet plaatsvindt indien de arbeidsongeschiktheid is ontstaan tijdens het uitoefenen van een latere burgerfunctie, ook als die arbeidsongeschiktheid haar oorzaak vindt in de militaire dienst.
De Raad stelt vast dat de in 2011 vastgestelde arbeidsongeschiktheid moet worden gerelateerd aan de burgerfunctie van appellant en dat de terugwerkende kracht van de WAO-uitkering een papieren exercitie is, zonder feitelijke voortzetting van de oorspronkelijke uitkering. Daarom was verrekening onterecht en ontbreekt een grondslag voor terugvordering. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het besluit tot terugvordering herroepen. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van het invaliditeitspensioen wordt vernietigd en herroepen.