ECLI:NL:CRVB:2017:996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging draagkrachtberekening en aflossingsbedrag bij terugvordering bijstand
Appellant had een schuld van €137.870,73 bij het college wegens teveel ontvangen bijstand. Het college stelde aanvankelijk een aflossingsbedrag van €500 per maand vast, gebaseerd op een inkomen van €2.028,-. Na bezwaar werd dit bedrag aangepast naar €250 per maand, met een nieuw vastgesteld inkomen van €1.392,- per maand, gebaseerd op maandelijkse stortingen op de privérekeningen van appellant.
Appellant voerde aan dat het inkomen slechts €636,- bedroeg en dat het overige deel bestond uit leningen die ten onrechte als inkomsten waren aangemerkt. Hij overhandigde handgeschreven leenovereenkomsten, maar kon niet aannemelijk maken dat deze leningen daadwerkelijk de inkomsten beïnvloedden.
De Raad oordeelde dat de leenovereenkomsten onvoldoende bewijs vormden, mede door het ontbreken van datum en objectieve onderbouwing. De verklaring van de boekhouder dat het bedrag een mengelmoes was van winst, spaargeld en leningen, werd niet weerlegd door appellant. Daarom was de draagkrachtberekening en het aflossingsbedrag juist vastgesteld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het aflossingsbedrag van €250 per maand blijft in stand.