ECLI:NL:CRVB:2018:1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herbeoordeling recht op WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig werknemer van een plasticfabriek, vroeg herhaaldelijk om een herbeoordeling van zijn recht op een WAO-uitkering nadat hij in 2008 werd afgewezen wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep bleef het besluit ongewijzigd. In 2013 verzocht appellant opnieuw om herbeoordeling met medische verklaringen ter onderbouwing.
Het UWV wees dit verzoek af en de rechtbank bevestigde deze afwijzing omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De medische verklaring van 2013 werd niet als relevant beschouwd voor de beoordelingsperiode. Ook de toepassing van artikel 43a, eerste lid, aanhef en onder b, van de WAO werd door de rechtbank terecht verworpen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank, bevestigt dat het verzoek terecht is afgewezen en dat het besluit niet evident onredelijk is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet op 11 april 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot herbeoordeling van het recht op een WAO-uitkering wordt bevestigd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.