ECLI:NL:CRVB:2018:1074
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen hogerberoepschrift in WW-uitkering
Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland hoger beroep ingesteld, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. Vervolgens heeft appellante verzet aangetekend tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting op 1 maart 2018, waar partijen niet verschenen, heeft de Raad het verzet behandeld. Appellante voerde aan dat zij vanwege haar inkomenssituatie geen juridische hulp kon inschakelen en dat het om een termijnoverschrijding van slechts één dag ging, mede veroorzaakt door slechte postbezorging. Tevens stelde zij dat de rechtbank de uitspraaktermijn twee keer had mogen verlengen.
De Raad oordeelde dat de beroepstermijn van zes weken een fatale termijn is en dat de verlengingen door de rechtbank slechts termijnen van orde betreffen. Het risico van tijdige verzending ligt bij de verzender, en appellante heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van het hogerberoepschrift.