ECLI:NL:CRVB:2018:1075
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij geen inkomen had en leefde van giften, waardoor betaling niet mogelijk was. Tijdens de zitting gaf appellant aan de uitnodiging voor betaling niet goed te hebben gelezen en daardoor niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid tot vrijstelling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat hij niet in verzuim was geweest. Het niet goed lezen van de uitnodiging was voor risico van appellant. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte voor het gunnen van een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 april 2018.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.