ECLI:NL:CRVB:2018:1082
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het schrift één dag na de uiterste termijn was ontvangen. Appellant deed vervolgens verzet tegen deze beslissing.
Tijdens de behandeling van het verzet stelde appellant dat hij niet benadeeld mocht worden door de fout van zijn gemachtigde die het hoger beroep te laat had ingediend. Ook verwees hij naar een arrest van de Hoge Raad dat volgens hem de beroepstermijn niet zou overschrijden. De Raad oordeelde echter dat het arrest betrekking had op een andere beroepstermijn en dat de termijn van zes weken uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) strikt is.
De Raad benadrukte dat de beroepstermijn een fatale termijn is en dat overschrijding daarvan niet kan worden getolereerd. Het handelen van de gemachtigde valt voor rekening en risico van appellant. Appellant bracht geen feiten of omstandigheden aan die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.