ECLI:NL:CRVB:2018:1136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten en duurzame goederen wegens gebrek aan noodzakelijkheid
Appellante, een bijstandsgerechtigde onder de Participatiewet, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor verhuiskosten en de aanschaf van meerdere duurzame goederen zoals verf, een vloer, een koelkast, bedden, een eettafel met stoelen en een fornuis. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wees deze aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijk konden worden beschouwd volgens artikel 35 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Zij oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing en de kosten voor de vloer, verf en het fornuis medisch noodzakelijk waren, ondanks een verklaring van de huisarts en een bloedtest van haar zoon. Daarnaast werd gewezen op het feit dat reeds eerder bijzondere bijstand was toegekend voor de betreffende duurzame goederen, waardoor appellante niet had aangetoond dat vervanging noodzakelijk was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen omtrent de medische noodzaak, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde dat de aanvraag terecht was afgewezen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten en duurzame goederen wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijke kosten.