ECLI:NL:CRVB:2018:1139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor voorzienbare inrichtingskosten na verhuizing
Appellant, die sinds 2009 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten na verhuizing naar een zelfstandige woning in januari 2014. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten voorzienbaar waren en appellant voldoende mogelijkheden had om te reserveren.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het vertrek naar de zelfstandige woning zijn derde verhuizing in korte tijd was, waardoor hij onvoldoende tijd had om te reserveren.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij driemaal kort achter elkaar verhuisde of dat hij kosten had moeten maken bij een eerdere verhuizing. Omdat appellant al sinds 2009 bijstand ontvangt, had hij moeten kunnen reserveren voor de inrichtingskosten. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd.