ECLI:NL:CRVB:2018:1140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet overleggen gevraagde gegevens
Appellant ontvangt sinds december 2015 bijstand op grond van de Participatiewet. Na verhuizing in mei 2016 verzocht het college hem om bewijsstukken over zijn woon- en leefsituatie te overleggen. Appellant heeft deze gegevens niet tijdig verstrekt, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk.
Appellant stelde dat hij de brieven niet ontving omdat hij niet bij zijn post kon, en dat dit voor zijn rekening en risico kwam. De Raad oordeelde dat appellant passende maatregelen had moeten nemen om zijn post te ontvangen, zoals het doorgeven van een ander postadres. Het niet tijdig reageren op het verzoek om informatie was verwijtbaar.
De Raad concludeerde dat het college terecht het recht op bijstand had ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig overleggen van gevraagde gegevens wordt bevestigd.