ECLI:NL:CRVB:2018:1141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 9 december 2015 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij een adres en een eigen kamer opgaf. Na onderzoek door handhavingsspecialisten van de gemeente Utrecht bleek echter dat er onduidelijkheden bestonden over zijn woon- en leefsituatie. Tijdens een huisbezoek werden spullen aangetroffen die niet van appellant waren, en zijn verklaringen over de inhoud van zijn kamer en koelkast kwamen niet overeen met de feitelijke situatie.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant onvoldoende duidelijkheid verschafte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant onduidelijkheden in stand hield en tekortschiet in zijn verplichtingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zelfstandig woonde en dat het gebruikelijk was dat vrienden regelmatig kwamen logeren, wat de gevonden situatie verklaarde. De Raad oordeelde echter dat deze argumenten een herhaling waren van eerdere stellingen en dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat de onduidelijkheden terecht waren vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.