ECLI:NL:CRVB:2018:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand bij herhaalde aanvraag wegens onweerlegbaar rechtsvermoeden gezamenlijke huishouding
Appellant diende op 12 mei 2016 een nieuwe aanvraag bijstand in na eerdere afwijzing op grond van het bestaan van een gezamenlijke huishouding met een derde. Het college wees de aanvraag af op basis van een onweerlegbaar rechtsvermoeden, waarbij appellant geen mogelijkheid kreeg tegenbewijs te leveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college ten onrechte het bestaan van een gezamenlijke huishouding als onweerlegbaar rechtsvermoeden aannam en appellant niet in de gelegenheid stelde dit te betwisten met bewijs, zoals een commerciële huurovereenkomst.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant geen bewijs had geleverd van een relevante wijziging in zijn situatie. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.