ECLI:NL:CRVB:2018:1219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek en beoordeling belastbaarheid
Appellante was sinds maart 2013 ziek gemeld en ontving een ZW-uitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij belastbaar was conform een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en geschikt voor andere functies, waaronder administratief medewerker. Het UWV beëindigde daarom haar ZW-uitkering per 1 juni 2015, wat appellante aanvocht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante geen belemmering vormden voor de functie administratief medewerker. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen groter waren, onder meer vanwege ME/CVS en handartrose, en bracht aanvullende medische informatie in.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij ook aanvullende medische rapporten waren betrokken. De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat en dat zij geschikt was voor de functie administratief medewerker. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.