ECLI:NL:CRVB:2018:1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Appellant vroeg op 29 februari 2016 bijstand aan en gaf het adres van zijn broer op als woonadres. Na het niet volledig aanleveren van gevraagde gegevens en het niet verschijnen op twee uitnodigingen voor gesprekken, stelde het dagelijks bestuur de aanvraag buiten behandeling. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog inhoudelijk beoordeeld en afgewezen vanwege twijfel over de woon- en leefsituatie van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de uitnodigingsbrieven op het opgegeven adres waren bezorgd en appellant voldoende gelegenheid had gekregen om te reageren. In hoger beroep betwistte appellant de ontvangst van de brieven en stelde dat de hersteltermijnen te kort waren, evenals dat zijn woon- en leefsituatie duidelijk was.
De Raad verwierp deze gronden, oordeelde dat de brieven wel waren bezorgd, de termijnen redelijk waren en dat de bankafschriften en het niet verschijnen op oproepen de twijfels over het verblijf bevestigden. De enkele verklaring van de broer was onvoldoende om deze twijfels weg te nemen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van verblijf op het opgegeven adres en het niet voldoen aan medewerkingsverplichtingen.