Uitspraak
16.1900 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene diende op 14 november 2014 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande, maar het college wees deze af omdat betrokkene volgens het digitale aanvraagformulier samenwoonde met haar ex-partner [X], wat ook werd bevestigd door de inschrijving in de basisregistratie personen (BRP).
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat betrokkene het formulier onjuist had ingevuld en aannemelijk maakte dat zij niet samenwoonde met [X]. Betrokkene gaf aan dat [X] de hoofdhuurder was van de woning en dat zij en haar dochter daar verbleven omdat zij geen eigen woning konden huren.
In hoger beroep stelde het college dat betrokkene niet volstond met de stelling dat het formulier verkeerd was ingevuld en dat zij onvoldoende bewijs had geleverd dat er geen gezamenlijk hoofdverblijf was. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij betrokkene ligt en dat de gegevens in het aanvraagformulier en de BRP niet zonder meer konden worden betwist.
De Raad concludeerde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat zij en [X] geen gezamenlijk hoofdverblijf hadden in de te beoordelen periode (14 tot 20 november 2014). Het latere huisbezoek en een salarisstrook waren onvoldoende bewijs om hiervan af te wijken. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.