ECLI:NL:CRVB:2018:1278

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 mei 2018
Publicatiedatum
1 mei 2018
Zaaknummer
15/8062 PW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar de Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Raad overweegt dat het griffierecht niet tijdig was betaald binnen de termijn van vier weken na de aangetekende brief, waardoor appellant in verzuim was. Gezien de bijzondere omstandigheden is appellant alsnog in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen, wat ook tijdig is gebeurd.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd voor het verzet.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat betaald griffierecht is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 mei 2018
15/8062 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 november 2015, 15/3203 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 1 november 2016 heeft de Raad het door mr. M.M. Volwerk namens appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. Volwerk verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 1 november 2016 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 28 januari 2016 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval heeft de Raad (de gemachtigde van) appellant in de gelegenheid gesteld het verschuldigde griffierecht alsnog te voldoen, waarna het tijdig is voldaan.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
1 november 2016 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
1 mei 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
sg