ECLI:NL:CRVB:2018:1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Raad wees hen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €124,- en gaf meerdere keren een termijn om dit te voldoen. Ondanks herhaalde aanmaningen en een mogelijkheid tot het indienen van een verzoek om betalingsonmacht, heeft de gemachtigde van appellanten niet tijdig gereageerd of het griffierecht voldaan.
De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen wegens het ontbreken van de vereiste informatie. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald, waardoor appellanten in verzuim zijn. Op grond hiervan verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, en op 1 mei 2018 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.