ECLI:NL:CRVB:2018:1297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering na herbeoordeling medische en arbeidskundige gegevens
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat zij naar oordeel van het UWV in staat was meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren vastgesteld en onderbouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische problematiek onvoldoende was meegewogen, met name haar aandachtstekortstoornis, waardoor zij niet aan het arbeidsproces kan deelnemen. De Raad liet een onafhankelijk psychiatrisch deskundigenonderzoek uitvoeren, dat aanvullende beperkingen vaststelde. Naar aanleiding hiervan paste de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML aan, waarna de arbeidsdeskundige concludeerde dat er voldoende passende functies zijn zonder wijziging in de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was en volgde het standpunt van de verzekeringsarts dat geen urenbeperking noodzakelijk was. Het bestreden besluit was weliswaar onvoldoende gemotiveerd, maar appellante werd hierdoor niet benadeeld, zodat de schending werd gepasseerd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten.