ECLI:NL:CRVB:2018:1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling dwangsom bij te late beslissing UWV en afwijzing schadevergoeding
Appellant stelde het UWV in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een WAO-uitkering. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het UWV werd opgedragen een besluit te nemen, wees het UWV de aanvraag af en legde een dwangsom op wegens de vertraging.
Appellant betwistte de hoogte van de dwangsom en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de dwangsom ongegrond, verwijzend naar artikel 4:17 Awb Pro dat een maximale dwangsom van 42 dagen voorschrijft.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV de dwangsom correct heeft vastgesteld en dat een hogere dwangsom niet mogelijk is. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat de totale procedure binnen de redelijke termijn van circa vier jaar is gebleven.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, met L. Boersma als griffier.
Uitkomst: Het verzoek om een hogere dwangsom en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.