ECLI:NL:CRVB:2018:134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursrechtelijke premie en wijze van inning door CAK
Appellant is door CAK aangemeld als wanbetaler en werd een bestuursrechtelijke premie opgelegd die vanaf november 2012 maandelijks moest worden voldaan. De premie werd later via broninhouding op zijn AOW-uitkering geïnd. Appellant maakte bezwaar tegen de verschuldigdheid, hoogte en wijze van inning van deze premie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep af, waarbij werd overwogen dat CAK niet verplicht is de beslagvrije voet te betrekken bij broninhouding. Appellant stelde in hoger beroep dat de beslagvrije voet ten onrechte niet werd meegenomen en dat de rechtbank zijn overige gronden niet had besproken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat bezwaar en beroep tegen de verschuldigdheid en hoogte van de premie niet mogelijk zijn op grond van de Awb. Tevens bevestigde de Raad dat CAK bij broninhouding niet gehouden is de beslagvrije voet te betrekken, en dat de eerdere uitspraak van de Raad uit 2014 niet relevant is voor dit geschil. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.