ECLI:NL:CRVB:2018:1413
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdige indiening hogerberoepschrift in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. De kern van het geschil betreft de vraag of het hogerberoepschrift tijdig is ingediend. De Raad stelde vast dat de uiterste dag voor het indienen van het hoger beroep 6 september 2017 was. Hoewel het hogerberoepschrift op die dag is gepost, is het niet binnen de vereiste week na afloop van de beroepstermijn ontvangen, waardoor niet aan beide voorwaarden van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voldaan.
Appellant voerde in verzet aan dat het hogerberoepschrift wel binnen de termijn was ingediend, maar heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die dit ondersteunen. De Raad oordeelde daarom dat het verzet ongegrond is. Er is geen aanleiding om proceskosten aan appellant toe te rekenen.
De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen bij het indienen van hoger beroep in bestuursrechtelijke procedures, met name in sociale zekerheidszaken. De procedure werd behandeld door een enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, waarbij appellant niet persoonlijk verscheen.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.