ECLI:NL:CRVB:2018:1533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervallenverklaring wachtgeld wegens niet-indienen verplichte verslagen
Appellante ontving een wachtgelduitkering op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 en stopte met het invullen van de verplichte Verslagen Werk en Inkomen (VWI) vanaf september 2014. Loyalis, de uitvoerende instantie, wees haar herhaaldelijk op de verplichting en de gevolgen van het niet indienen van deze verslagen. Ondanks waarschuwingen vulde appellante de VWI's niet in, waardoor haar wachtgeld over de periode van 1 september 2014 tot 1 oktober 2016 vervallen werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de minister in redelijkheid gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid tot vervallenverklaring. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het niet mogelijk was de VWI's in te vullen en dat terugwerkende kracht niet was toegestaan. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat het VWI digitaal beschikbaar was en ook per post kon worden ingediend. Tevens werd toegelicht dat een besluit met terugwerkende kracht pas in werking treedt vanaf bekendmaking.
De Raad concludeerde dat appellante bewust had gekozen de VWI's niet in te vullen en dat de minister terecht het wachtgeld vervallen had verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vervallenverklaring van het wachtgeld bevestigd.