ECLI:NL:CRVB:2018:1535

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 mei 2018
Publicatiedatum
24 mei 2018
Zaaknummer
18/957 AW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken hoger beroep

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure tussen verzoekster en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Verzoekster had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Tijdens de zitting verscheen verzoekster niet.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:104, 8:108 en 8:81) een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien er hoger beroep is ingesteld en onverwijlde spoed dat vereist. Echter, inmiddels was het hoger beroep in de bodemprocedure verworpen en was het niet langer aanhangig.

Daardoor ontbrak de noodzakelijke voorwaarde voor het treffen van een voorlopige voorziening, namelijk dat het hoger beroep nog aanhangig is. De voorzieningenrechter verklaarde daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig hoger beroep.

Uitspraak

18/957 AW-VV
Datum uitspraak: 22 mei 2018
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[Verzoekster] (verzoekster)
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister)
PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. M. de Boorder, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 6 februari 2018, 17/6937 en 17/6938 (aangevallen uitspraak).
Verzoekster heeft tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gedaan en nadere stukken ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2018. Verzoekster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.L.J.J. Vereijken.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Bij uitspraak van vandaag (kenmerk 18/934 AW) heeft de Raad geoordeeld dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak bevestigd. Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure is niet langer voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde zo te worden verstaan dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.
3. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Awb niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van
J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2018.
(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans
(getekend) J. Smolders

LO