ECLI:NL:CRVB:2018:1555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat onaangekondigd huisbezoek feitelijke handeling is en niet vatbaar voor bezwaar of beroep
Appellante heeft bij de gemeente Súdwest Fryslân bijstand aangevraagd en daarbij een adres opgegeven waar zij met haar kinderen woont. Naar aanleiding van een anonieme melding heeft de gemeente op 2 november 2016 een onaangekondigd huisbezoek afgelegd, waarvoor appellante toestemming gaf en een formulier ondertekende.
Appellante maakte bezwaar tegen het huisbezoek, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het huisbezoek een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het huisbezoek een publiekrechtelijke rechtshandeling is die inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer en daarom wel vatbaar zou moeten zijn voor bezwaar en beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het huisbezoek een feitelijke handeling is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het onaangekondigde huisbezoek is niet-ontvankelijk.