ECLI:NL:CRVB:2018:1557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in ambtenarenzaak
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit hoger beroep werd door de Raad van 16 november 2017 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend.
Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat de uitspraak op zijn beroep niet was meegezonden in de enveloppe met andere uitspraken, waardoor tijdige kennisname en tijdige indiening van het hoger beroep niet mogelijk was.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden rondom de verzending en ontvangst van de uitspraken aanleiding geven om niet te concluderen dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het enkele feit dat de gemachtigde had kunnen signaleren dat de uitspraak niet was ontvangen, is onvoldoende om het hoger beroep alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.